naar top

Wat leren we uit het zesde Groot Gemeentelijk Communicatieonderzoek?

Corona en nieuwe regelgeving bezorgden lokale overheden heel wat extra communicatiewerk. Maar méér communicatiewerk leidde slechts beperkt tot meer communicatiemiddelen. Dat blijkt uit de nieuwe editie van het 'Groot Gemeentelijk Communicatieonderzoek' van Thomas More hogeschool. Bij de meeste gemeenten met minder dan 10.000 inwoners is de toestand zelfs schrijnend. We zetten de 8 belangrijkste bevindingen op een rijtje.

Besluit 1: Veel meer communicatiewerk, nauwelijks groei in personeelsinzet

Enerzijds stellen we vast dat het ‘klassieke’ communicatiewerk volop verder draait: corporate communicatie, kanaalbeheer, inwoners informeren, promotie …

Anderzijds merken we gevoelig meer werk voor crisiscommunicatie, interne communicatie, inspraak en participatie en contentbeheer van hoe langer hoe meer communicatiekanalen.

Daardoor is de aangevoelde waardering vanwege politieke mandatarissen en leidinggevende voor al dat communicatiewerk er bij veel (maar niet alle) lokale overheden wel wat op vooruit gaan.

Maar: het aantal VTE communicatiemedewerkers is nauwelijks meegegroeid. En het statuut van de communicatieverantwoordelijken werd er niet beter op: minder statutairen (= een algemene evolutie bij lokale besturen, niet alleen bij communicatiemedewerkers), minder met barema niveau A, minder aanwezig in de managementteams.

Besluit 2: Communicatiebeleid komt geleidelijk op gang…

Hoewel het aantal gemeenten met een communicatieplan beperkt bleef tot 4 op de 10, zijn er toch al meer met een min of meer helder communicatiebudget (64%).

Telkens tussen 60 tot 70% van de lokale overheden ontwikkelde ondertussen richtlijnen en afspraken m.b.t. het omgaan met sociale media en pers, het min of meer politiek neutraal houden van de lokale overheidscommunicatie, het volgen van de GDPR-regels, de werkwijze aangaande openbaarheid van bestuursdocumenten. Maar je blijft telkens toch 3 à 4 gemeenten op 10 hebben die voor elk van deze werkpunten nog géén afspraken hebben en blijven aanmodderen.

Besluit 3: Communicatie zit niet alleen tussen de muren van de communicatiedienst

Meer dan vroeger merken we dat er communicatiediensten zijn met medewerkers die een groot deel van hun tijd ‘dedicated’ werken voor een specifieke sector: wegen- en infrastructuur, welzijn, vrijetijdsdiensten.

Bovendien maakt 64% van de lokale overheden melding dat er communicatieantennes zijn in de organisatie: medewerkers in andere diensten dan de communicatiedienst, die een aantal beperkte communicatietaken opnemen. Een mooie uitdaging voor de komende jaren is om de centrale communicatiediensten (met vakmensen) goed te laten samenwerken met de decentrale antennes.

Besluit 4: Sterke groei van de werkterreinen crisiscommunicatie en interne communicatie

De coronapandemie leidde ertoe dat de lokale overheden gevoelig meer inzetten op voorbereiding en uitwerking van crisiscommunicatie dan bij vorige metingen. Het vele thuiswerken en de groeiende aandacht voor hybride werkvormen bracht meer aandacht teweeg voor het coördineren en ontwikkelen van interne communicatie. Meer dan ooit hebben lokale overheden medewerkers die specifiek de functie opnemen van ‘coördinator’ voor respectievelijk crisiscommunicatie en interne communicatie.

Besluit 5: Meer vinger aan de pols

Bijna alle gemeenten voorzien op een of andere manier, en in min of meerdere mate, bewonersparticipatie. Meer dan de helft duidde daarvoor een coördinator inspraak en participatie aan, drie keer zo veel als bij de vorige meting.

Er worden meer en meer verschillende methodieken ingezet: enquêtes en gespreksvormen worden aangevuld door opkomende online dialoogplatformen.

Wat meer dan vroeger gaan lokale overheden hun communicatie meten. Dat gebeurt nog vooral via gratis of goedkope webstatistieken en Google Analytics. Ongeveer 1 gemeente op 10 investeerde in een ‘newsroom’ voor het monitoren van sociale media en pers.

Besluit 6: Minder doelgroepencommunicatie

Markant is dat steden en gemeenten minder doelgroepgerichte communicatie ontwikkelen naar specifieke doelgroepen. Die daling valt het meest op bij communicatie naar kwetsbare groepen.

Nochtans heeft de coronaperiode geleerd dat ‘bredepubliekscommunicatie’ niet volstaat om specifieke, vaak kwetsbare groepen te informeren en te sensibiliseren.

Besluit 7: Meer digitale en meer mondelinge communicatie, iets minder drukwerk

Nieuwkomers in de gemeentelijke communicatiemix zijn:

  • de inzet van BE-Alert (bij de grote meerderheid van lokale overheden);
  • 1 gemeente op 5 ontwikkelde een app;
  • 1 gemeente op 5 ging aan de slag met Hoplr.

Er is gevoelig meer inzet van Instagram, LinkedIn en betaalde Facebookadvertenties. Gemeentelijke Twitter-accounts en sms-berichten (andere dan de sms-berichten via BE-Alert) kenden een sterke terugval.

Opvallend is dat steden en gemeenten volop actief blijven met de inzet van verschillende types mondelinge communicatievoorzieningen. Ongeveer 1 op 4 steden en gemeenten doet beroep op intermediairs en/of buurtwerkers om de brug te slaan naar specifieke doelgroepen.

Hoewel er wat minder drukwerk wordt geproduceerd, blijft met name het gemeentelijk informatiemagazine een topkanaal voor alle lokale overheden.

Besluit 8: Zeer zorgwekkend: de communicatie bij kleine gemeenten (-10.000 inwoners) gaat achteruit

De kloof tussen kleine en andere gemeenten wordt bij elke meting groter. Maar wat nu helemaal markant is, is dat een kleine gemeenten gemiddeld slechts 0,84 VTE communicatiemedewerker heeft: een daling t.o.v. de meting in 2017 (toen nog 1,02 VTE).

Bij de meeste vragen in dit onderzoek scoorden kleine gemeenten slechter tot veel slechter dan gemeenten met meer dan 10.000 inwoners, zoals blijkt uit deze selectie:

  • Deze gemeenten hebben gemiddeld niet eens één voltijdse communicatiemedewerker.
  • Hier is weinig of geen sprake van enige taakdeling of specialisatie. Integendeel, bij de meeste kleine gemeenten moet die ene medewerker het communicatiewerk nog combineren met één of meer andere (dan communicatie)functies. Ook de werkingsmiddelen blijken beperkt, wat maakt dat minder dan bij andere gemeenten er al eens wat communicatiewerk wordt uitbesteed.
  • De communicatieverantwoordelijken komen er minder toe om actief deel te nemen aan kennis- en expertisenetwerken.
  • Kleine gemeenten maken minder werk van het ontwikkelen van communicatiebeleid en -afspraken. Eerder zelden is er een helder communicatiebudget.
  • Je vindt er minder inzet op inspraak en participatie, en er zijn minder dan elders communicatie-initiatieven naar specifieke doelgroepen.
  • Kleine gemeenten zetten gevoelig minder dan andere lokale overheden diverse digitale, mondelinge en gedrukte communicatiekanalen in.

Het Groot Gemeentelijk Communicatieonderzoek

Het Groot Gemeentelijk Communicatieonderzoek is een online enquête van de Thomas More hogeschool bij de communicatieverantwoordelijken van de Vlaamse steden en gemeenten. 217 van de 300 Vlaamse steden en gemeenten (72%) namen deel aan deze online bevraging.

Het was dit jaar de zesde editie van het onderzoek. Thomas More hogeschool deed gelijkaardig onderzoek in 1997, 2003, 2008, 2013 en 2017.

Herbekijk de webinar

Download de synthesetekst en het grafiekenrapport