naar top

Een nieuwe naam en huisstijl voor Samenlevingsopbouw

SAAMO, dat is sinds november 2021 de nieuwe naam voor het voormalige Samenlevingsopbouw. Lies Ryckeboer, medewerker communicatie en pers bij SAAMO, geeft tekst en uitleg bij het project.

Van waar kwam de nood voor een nieuwe naam en huisstijl?

Die nood kwam eigenlijk vanuit verschillende hoeken. Via onze opbouwwerkers brengen we mensen in een kwetsbare positie samen en pakken we samen uitsluiting aan. Dat werk gebeurt vanuit acht erkende vzw’s, verspreid over Vlaanderen en Brussel.

Niet elke vzw werkte vroeger onder de noemer ‘Samenlevingsopbouw’. In de regio Limburg bijvoorbeeld heette de vzw RIMO, in Vlaams-Brabant Riso. En in Brussel was de naam ‘Samenlevingsopbouw’ heel moeilijk werkbaar door de tweetalige context.

Los van die regio’s was de oude naam ook voor onze doelgroep heel moeilijk te onthouden en uit te spreken. Een groot deel van onze doelgroep heeft een andere moedertaal dan het Nederlands.

En ten slotte voelden we een grote nood om de acht verschillende vzw’s onder een noemer te brengen. Als alle vzw’s onder dezelfde naam werken, is het veel gemakkelijker om te tonen wat je doet en waar je voor staat.

Lies Ryckeboer, medewerker communicatie en pers bij SAAMO

Lies Ryckeboer, medewerker communicatie en pers bij SAAMO

Was er meteen een intern draagvlak?

Neen, niet iedereen was meteen gewonnen voor het idee. Zelfs niet binnen onze communicatiewerkgroep. Dat is een groep met medewerkers uit onze verschillende vzw’s die communicatie in hun takenpakket hebben. Ik sluit aan als communicatiemedewerker overkoepelend voor alle vzw’s, samen met mijn collega Bernadette.

Uiteindelijk maakten we een strategische oefening en zetten we alle voor- en nadelen op een rijtje. Vervolgens koppelden we terug naar de directies van onze vzw’s en zo kregen we de goedkeuring om een planning op te maken. Dat was eind 2019. Het is dus allemaal gestaag gegroeid.

Welke stappen heb je ondernomen binnen dit project?

De zoektocht naar de nieuwe naam hielden we bewust grotendeels bij ons. We voelden aan dat we onze opbouwwerkers en onze doelgroep zelf het beste kennen. We zetten dus zelf een participatief traject op met verschillende fasen.

Zo bevroegen opbouwwerkers mensen in hun eigen werking over de huidige naam en nieuwe namen. De input die daaruit kwam, namen we mee in een online workshop. In die workshop zaten zo’n 20 à 25 mensen met verschillende profielen: van opbouwwerkers over beleidsmedewerkers tot een opgeleide ervaringsdeskundige. Zo kwamen we tot een shortlist van drie namen.

Met die shortlist zijn we opnieuw mensen gaan bevragen. Enerzijds mensen uit onze werkingen. Zij konden aan de hand van een vragenlijst hun mening doorgeven. We stelden ook bewust geen subjectieve vragen zoals ‘vind je de naam mooi’, maar heel objectieve vragen: ‘hoe klinkt het’, ‘welke connotatie maak je hierbij’, ‘kan je de naam onthouden’, ‘kan je de naam uitspreken’ … Anderzijds zijn we bij experten, journalisten, middenveldpartners en beleidsmakers ons licht gaan opsteken.

Op basis van al die informatie stelden we met onze werkgroep communicatie de nieuwe naam SAAMO voor. Die moest nog goedgekeurd worden door de verschillende directeurs en raden van bestuur. Maar net door dat uitgebreide traject, sterk teamwork en de tomeloze inzet van verschillende collega’s, verliep die goedkeuring heel vlot.

Daarna moesten we de huisstijl bepalen. Die werd ontwikkeld door een externe partner. Wij gaven uiteraard wel aan welk gevoel de huisstijl moest oproepen en waar we voor staan. Onze partner – Lex & Turner – heeft daar heel goed naar geluisterd. Hun voorstel zat eigenlijk meteen goed. Met dat voorstel zijn we opnieuw naar onze werkingen getrokken, om te luisteren wat ze ervan vonden en of het logo duidelijk was. We hebben ook laaggeletterden bevraagd. Uiteindelijk is er nog gesleuteld aan details. De S en M bijvoorbeeld moesten duidelijker leesbaar worden.

Hoe heb je de nieuwe naam en huisstijl geïmplementeerd?

Intern organiseerden we bootcamps voor medewerkers. Daarin legden we nog eens uit waarom we voor een nieuwe naam en huisstijl kozen. Maar we zijn ook heel praktisch gegaan: welk materiaal ontwikkelen we, met welke tools – zoals Canva - en sjablonen in Office moet er voortaan gewerkt worden, enzovoort.

Extern hebben we bewust gekozen om geen grote publiekslancering op te zetten. Een nieuwe naam is belangrijk voor ons, maar geen groot nieuws. We communiceerden het uiteraard wel via onze eigen kanalen. En we brachten journalisten via een mail op de hoogte. Niet via een persbericht, maar gewoon als mededeling. Dat we een nieuwe naam hebben, rond welke thema’s we werken en dat - als ze informatie nodig hebben over een van die thema’s - ze altijd contact mogen opnemen.

Heb je ten slotte nog tips voor de communicatiecollega’s?

  • Start niet zomaar aan een nieuwe huisstijl. Onderneem acties om het idee te laten rijpen om een groter draagvlak te creëren.
  • Doe het participatief: via een participatief traject creëer je iets waar zo’n groot mogelijke groep achter staat.
  • Bekijk kritiek en weerstand als iets positief: je zal negatieve feedback krijgen, maar dat betekent ook dat mensen geven om wat ze doen. Luister daarnaar om hen mee te nemen in het nieuwe verhaal en om je verhaal sterker te maken.
  • Neem de tijd die nodig is, maar durf tegelijkertijd een deadline te zetten.
  • Investeer in een kennismaking met partners. Zo kan je aanvoelen of een potentiële partner bij je past.
  • Zorg voor een eenvoudig en helder verhaal achter je branding. Onze praktijken zijn ontzettend uiteenlopend verspreid over Vlaanderen en Brussel. En opbouwwerkers die met één praktijk bezig zijn, zoals wonen of sociale bescherming, verliezen soms zicht op de rode draad. Met de huidig baseline ‘samen uitsluiting aanpakken’ en de nieuwe teksten geven ze zelf aan dat ze beter materiaal hebben om op terug te vallen als ze uitleggen wat ze doen.
  • Betrek vrijwilligers en deelnemers aan projecten of werkingen. Het was heel overtuigend naar onze medewerkers toe dat zij de nieuwe naam, look en feel erg mooi vinden en er trots op zijn.